Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

worden gewild. Ook de Constitutie, al is het dat zij in menig voorschrift het dwaalbegrip der ontwerpers verraadt, is

— schreef hij — wet. Ook, en vooral aan een bezworen Grondwet, zij overheid en volk, niet omdat ze goed is, maar omdat ze wet is, getrouw ). Het verledene voorbij te willen zien, achtte hij met de eerbied voor historische ontwikkeling in strijd, en ofschoon het revolutionaire beginsel behoort afgezworen te worden, moet men alle rechten, ook die welke in den revolutietijd zijn verkregen, ontzien *).

Met Stahl zag Groen ten slotte daarom ook slechts twee politieke partijen. Zij die de theorie van het Goddelijk karakter van het gezag aannemen en zij die haar verwerpen; zij die niet en zij die wel den hoogsten wetgever zien in het goedvinden der vrije en gelijke individuen, waaruit het souvereine volk is gevormd.» Zoo de oorsprong van het gezag geen instelling Gods is, moet het dat van den mensch zijn; dan dwingt ons de onverbiddelijke logika tot huldiging der volks- • souvereiniteit en door dat alle overheid aan het volk ondergeschikt is, tot de erkentenis dat het laatste haar slechts gehoorzaamt omdat en tot zoolang het dit wil. Het goedvinden der meerderheid, onder den naam van algemeen welzijn en publiek belang, is dan in elke sfeer, bron en toetssteen van waarheid en wet. Zelfstandig aanzijn en verkregen recht wijken voor de eischen van algemeenen wil en publieken dienst. Recht en vrijheid worden verleend, niet erkend. Of de volkswil is de hoogste wet in de zedelijke wereldorde — schreef Groen

— of er is eene hoogere zedelijke macht over de menschen, ten gevolge van wier heilige ordonnantiën ook de volkswil aan het bestaande recht en aan de bestaande overheden ondergeschikt is. Er is geen derde dan karakterloosheid 8). Hij schreef met Guizot: D'un coté les incrédules, les panthéistes, les sceptiques de toute sorte, les plus rationalistes; de 1'autre coté les Chrétiens. Die classificatie was de eenig juiste. De groote strijd onzer dagen liep voor hem

:) Ter Nagedachtenis van Stahl, pag. 11 en 12.

2) Beschouwing pag. 170.

') Ter Nagedachtenis van Stahl, pag. 20.

Sluiten