Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tueert. Het tooneeltje is daardoor ten eerste aannemelijker, ten tweede fijner comisch, ten derde rustiger, dan wanneer bijvoorbeeld elk van de figuren zich direct moeide met dat dansen leeren van dat katje. Dit is een tafreeltje dat precies zóó had kunnen zijn aangetroffen, en hoewel ik niet wil zeggen, dat zulk een volkomen plausibiliteit het doel van alle kunst, zelfs van realisme is, kan men Jan Steen niet naar behooren schatten zonder te erkennen dat het hem daarom altijd nog méér dan om het potsierlijke van een geval te doen is geweest. Hij was meer vertrouwd met den humor des levens dan dat groteske fantasieën als die van Jeroen Bosch van Aken of Pieter Brueghel de Oude zijn brein doorwoelden en zijn beeldend vermogen in werking stelden.

Toch aanvaardde hij, begreep en gebruikte hij dat groteske, de grillige verwezenlijking van het puur-comische waar hij hij het in de zotter en uitgelatener verschijningen om zich heen zal hebben aangetroffen.

Nemen we bijvoorbeeld die potsierlijke Serenade, die in een verzameling te Praag zich bevindt; Ik denk dat de carnaval-achtige opgetuigde personages, een vrouw met een guitaar, een fluitist, een zanger, iemand mét een blijkbaar geïmproviseerd snareninstrument en een die aan de deur schelt of klopt, niet zeer vriendelijke bedoelingen hebben, en aan het voorwerp der serenade slechts ironische hulde brengen. De guitaarspelende en zingende vrouw gelijkt geen degelijke burgerdochter, de mannen, wier gelaat geheel zichtbaar is, grijnslachen, een zanger draagt een eindeloos hoogen hoed met een muis er op, een ander heeft een Jan Klaassenneus opgezet. De werking van deze dolle pretmakers tegen de stemmige maneschijnlucht is van een bizarre comiek. Het geheel is van een operette-achtige kluchtigheid, wel te onderscheiden van des meesters gewone, zich niet opwindende, bijna gereserveerde humor. Maar tusschen die personages in hun bijna dolle koddigheid is de "vrouw, iets ingetogener, haar lachen al zingend bedwingend, gracelijk te midden van zooveel leelijk gemaakts, weer een echte Jan Steenfiguur, een direct uit de dagelijksche werkelijkheid.

Sluiten