Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Reeds bij zijn promotie tot doctor in de bespiegelende Wijsbegeerte en Letteren op 21 Juni 1822 had Professor Tydeman bedenkingen geopperd tegen één der „gevaarlijke" ' stellingen van den promovendus. In vloeiend Latijn schoot toen Da Costa zijn pijlen af tegen de liberale denkwijze van zijn tijd, ofschoon hij zich onder het spreken bewust was, dat hij daardoor zijn kansen op een toekomstig professoraat (hem door het vriendenhart reeds toegedacht) nu voor goed verspeelde. Na de promotie had Bilderdijk hem gefeliciteerd met het zeldzame feit, dat hij den geest der eeuw in zijn eigen hol, in zijn groot auditorium, had aangedurfd. En Da Costa gevoelde, dat deze dag over zijn maatschappelijk levenslot beslist had.

„Bij menschen uitgesloten". Die ondervinding zijner jeugd zou ook de ervaring van zijn mannelijken leeftijd wezen. Het lot van den meester, zou ook het lot van den leerling zijn. „Maar wij", zoo troost de leerling nu zijn meester,:

Maar wij, volharden wij de dichterlijke tonen

te waapnen tegen de Eeuw, totdat haar laster zwijg I Wie ons miskennen moog, bespotten, haten, honen;

Vrede in des Heeren Naam! Aan de ongodisten krijg!

En de daad bij het woord voegende, schreef hij in 1823 zijn oorlogsverklaring aan den tijdgeest, in een vlugschrift van ongeveer 100 bladzijden, getiteld: Bezwaren tegen den geest der eeuw. Als motto plaatste hij op het titelblad de woorden van Paulus: „Want wy en hebben den strijt niet tegen vleesch ende bloet, maar tegen de Overheden, tegen de Machten, tegen de gewelthebbers der werelt, der duisternisse dezer eeuwe, tegen de geestelicke boosheden in de lucht". Op de witte bladzijde tegenover de Voorrede staan nog de teksten: „De Satan zelve verandert hem in een Engel des Lichts" (Paulus), en „Belovende haar vryheit, daar sy selve dienstknechten zijn der verdorvenheit" (Petrus). Als strekking van het geschrift noemt de schrijver in zijn voorrede de „bestrijding van een vooroordeel, bij het tegenwoordige geslacht algemeen aangenomen, verdedigd, geliefkoosd, en tot het beginsel van denk- en handelwijze bijna

Sluiten