Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van Machiavelli*) en zijn leer van belangen, welker beginselen intusschen bij nadere bestudeering heel wat minder erg blijken dan algemeen wordt aangenomen. Tegenover de gedachten van den Italiaan, dat in het belang van den Staat alles geoorloofd is, gedachten, die op vele souvereinen na Frans I geen geringen invloed hebben geoefend, en die feitelijk haar voortzetting vinden in de utiliteits-theorieën van een Bentham en Montesquieu aan het einde der 18de eeuw, stelde Grotius de zijne, dat de gemeenschap der volkeren hare plichten en tegelijk hare rechten heeft, en deze leer kon slechts worden versterkt, naarmate haar voorschriften uit krachtiger moraal, uit forscher begrip voortkwamen. Bovendien doet men Grotius zeker het grootst mogelijke onrecht door hem als een eenzijdig aanhanger van het natuurrecht te schilderen, en het zou zelfs de vraag mogen heeten of hij niet evenzeer aan voorbeelden uit zijn tijd de voorkeur zou hebben gegeven boven de voorbeelden der antieken, die hij heeft verwerkt, indien niet een wensch naar onpartijdigheid hem had genoopt juist actueele gebeurtenissen buiten beschouwing te laten, doch deed voorbijzien, dat hij daardoor ook aan geheel zijn stelsel van rechtsregeling een weinig positieven grondslag gaf. En dan, Grotius ontweek niet slechts angstvallig de actualiteit, hij ontkende blijkbaar de kracht der geschiedenis gelijk zijn natuurrecht medebracht. Toch knoopte zich aan zijn natuurrecht wel een stuk positief recht van beteekenis vast, en wat hij in het bijzonder aangaande oorlogsrecht uiteenzet, gaat feitelijk tegen het natuurrecht in, al verbindt hij het er aan door het te beschouwen als vrijwillig en gewoonterecht. Vele zijner volgelingen gingen dan ook verder dan hij; na hem ontstond de dusgenaamde philosophische school, in welke Pufendorff en later Barbeyrac en Thomasius het volkenrecht slechts een fragment van het natuurrecht noemden, dat men niet afzonderlijk mocht behandelen, en volhielden, dat de Staten en volkeren moreele personen zijn, wier wederzijdsche betrekkingen de toepassing van het natuurrecht der menschen onder elkander moeten verdragen. Daartegenover toonde zich

) »Le Prince"; „Les Discours sur Tite-Live"; „L'art de la guerre".

381

Sluiten