Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

soort staatkundige revolutie gekenschetst en in twijfel getrokken de rechtmatigheid van deze handeling, gelijk men nog sterker in twijfel mocht trekken de wijze waarop daarna in verschillende plaatsen de magistraat werd „omgezet". Maar men mag zich toch afvragen of feitelijk met de scherpe resolutie zelve niet de eerste stap in deze richting was gedaan, welke noodlottig van andere zijde met een even stouten zet op het politiek schaakbord-diende beantwoord. Het is hier de plaats niet om uit te maken of naar de staatsrechtelijke opvatting van dien tijd de Staten van Holland in hun recht waren, maar wel mag men er zich over verwonderen, dat scherpe geesten als Oldenbarneveld en Grotius zelfs door den tegenstander worden erkend, de gevolgen van zoodanig besluit niet beter hebben doorzien, niet juister hebben gevoeld. Had men werkelijk gedacht dat de tegenpartij, aan welker hoofd zich Prins Maurits na het markante inbezitnemen van de Kloosterkerk op 23 Juli 1618 had gesteld, zich leidelijk aan deze scherpe -resolutie zou onderwerpen en daarmede den dwang,, welken zij zich in geweten reeds dacht opgelegd, zou aanvaarden door geweld ? En heeft men geen oogenblik voorzien dat de bijzondere lasten, welke de provinciën op zich namen met het aanstellen der waardgelders, met het zuinig financieel beleid van die dagen spoedig in botsing zouden komen en moesten leiden tot een inwendig verschil van gevoelens? Het is zeker, dat Grotius meer dan eenig ander begrepen heeft hétgeen uit de scherpe resolutie kon voortvloeien, want omstreeks dienzelfden tijd reeds vinden wij hem toegankelijk voor de vertoogen van de Gedeputeerden van Amsterdam en begeeft hij zich tot den Landsadvocaat om dezen er toe te brengen langs den weg eener provinciale synode zonder beslissend karakter te komen tot de gewenschte nationale synode, al zou deze dan ook niet over dien invloed beschikken, welken de Contra-remonstranten er, uit politiek en theologisch standpunt beide, aan gegeven wenschten te zien. Het is zelfs bekend, gelijk Brandt in bijzonderheden verhaalt, dat Grotius zich met uitgewerkte voorstellen heeft gewend tot Prins Maurits en tot Graaf Lodewijk van Nassau, die

397

Sluiten