Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

mogelijk te verzachten. In beide bereikte men weinig resultaat, en ten opzichte van het laatste slaagde men er slechts in zijne boeken te behouden, gelijk ook tegenover den gevangene zelf zoowel de Algemeene Staten als de slotvoogd ruimer gedachten omtrent boeken hadden. Aldra nadat hij te Loevestein was aangekomen, mocht Grotius van zijne vrienden Vossius en Erpinus boeken ter leen ontvangen; de heen- en terugzending dezer boeken geschiedde regelmatig en bracht tenslotte het middel om te ontkomen.

Zeker valt niet licht van een zoo wel overlegd en tot in alle onderdeden zoo wel gelukt plan van ontsnapping te gewagen. Het scheen onmogelijk, dat een zwak man, zonder machtige vrienden buiten de muren zijner gevangenis, zou kunnen ontsnappen uit een zóó afgelegen en sterke vesting; toch liepen, juist korten tijd voordat de vlucht gelukte, geruchten in Den Haag als had Grotius deze willen beproeven, welke geruchten tot een scherp onderzoek op Loevestein aanleiding gaven. De slotvoogd zou een paar dagen afwezig zijn om een hem toegewezen compagnie in ontvangst te nemen; te Gorinchem werden op den dag der jaarmarkt de -poorten vrij opengezet, ook voor de bannelingen; het waagstuk, dat reeds langen tijd tevoren in het hoofd van Grotius' vrouw was gerijpt, moest beproefd worden. Op 22 Maart 1621 werd De Groot in de boekenkist, waarvan zijn dienstmaagd, de sedert vermaarde Elsje van Houweningen, lachend beweerde dat er „Arminiaansche boeken" in zaten, door vier soldaten, die hem moesten bewaken, uit zijn kamer door bijna twintig deuren in het schip gedragen. De dienstmaagd was bij hem om de kist, die een zóó kostbaren last inhield, voor alle ongevallen te behoeden, en dat zij er in slaagde, zij het ook niet zonder moeiten, dank zij haar groote tegenwoordigheid van geest, is uit de geschiedenis der ontvluchting, die met voorliefde tot in alle bijzonderheden wordt verhaald, bekend te veronderstellen. Zoo bracht zij de boekenkist veilig ten huize van den Gorinchemschen koopman Daatselaar, den zwager van Erpinus, die geregeld voor de doorzending der boeken 407

Sluiten