Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

proces 1). Wanneer men bedenkt dat Grotius bij het schrijven dezer Verantwoording zich bijna uitsluitend moest bedienen van onvolledige aanteekeningen; voorts van de weinige boeken en geschriften, die zijn zwager Van Reigersbergen in Holland voor hem had kunnen verkrijgen, moet men dit uitvoerig en scherpzinnig stuk te meer bewonderen. De ' zachtmoedige geest, die Grotius in heel zijn leven is eigen geweest, spreekt wel sterk uit deze Verantwoording; geen woord van bitterheid is daarin jegens degenen, die hem hard en onbillijk hebben behandeld, en zelfs Prins Maurits, die tegen Grotius toch inderdaad geheel anders is opgetreden dan deze verdiende, wordt door hem in het oog vallend verschoond en in zijne handelingen geheel bezien in de inderdaad moeilijke positie, waarin hij als Stadhouder verkeerde. Het drukken der Verantwoording, hetwelk eensdeels te Parijs, maar in de Nederlandsche taal te Amsterdam geschiedde, heeft tot niet geringe moeilijkheden aanleiding gegeven, in het bijzonder foen de Staten van Zeeland door een onrechtmatige aanhouding van Grotius' zwager bij het fort Lillo op de hoogte van zijn voornemen tot het schrijven dezer Verantwoording kwamen. Maar, hoewel tot tweemaal toe een inval werd gedaan in de drukkerij, waar het werk ter perse lag, -dit-kon de uitgave daarvan niet verhinderen, evenmin als het verbod bij scherp, ongewoon scherp plakkaat, tegen deze Verantwoording afgekondigd, kon tegengaan, dat zij met te grooter belangstelling werd gelezen.

En nevens zijn werk op geschiedkundig gebied, waarbij hij voortarbeidde aan zijne Nederlandsche jaarboeken en historiën sedert het vertrek van Koning Philips, en eene geschiedenis van de belegering van Grol in het jaar 1627 in het licht gaf, moet zeker wel in deze periode het sterkst t licht vallen op zijne uitgave van het „Recht van Oorlog en van Vrede", zijn standaardwerk, het boek, dat hem beroemd heeft gemaakt tot in verre tijden, den grondlegger heeft doen

') Verantwoording van de Wettelijke Regeering van Holland en Westvriesland, mitsgaders eenige naburige Provinciën, zo als die was voor de verandering in t jaar 1618, met wederlegging van de proceduren en sententiën, jegens De Grooten anderen, gehouden en geweezen".

412

Sluiten