Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

die ook hierin hem steeds heeft gekenmerkt, weigerde te onderteekenen. Niet voor niets, zoo meende hij, had hij geheel de vreugde van zijn leven als inzet gegeven voor de eerlijkheid van zijn handelen en van zijn overtuiging; niet met één pennestreek kon hij geheel dat verleden van zich werpen en zich schuldig verklaren aan daden, welke hem geen misdrijf waren geweest, geen boos opzet hadden bedoeld, slechts door politieke en persoonlijke tegenstanders op misdadige wijze waren uitgelegd. Er viel aan overeenstemming niet te denken. De opgestelde verzoekschriften, die Brandt in extenso te lezen geeft en die inderdaad een schuldbekentenis niet uitsluiten, werden beslist door hem ter zijde geschoven. Zij brachten hem tegelijk tot besluit tegenover eene aanbieding, die hij te dien tijde van Zweden ontving, waar de Kanselier Oxenstierna als rijksbestierder de zaken leidde voor de minderjarige Koningin Christina en jegens Grotius den last volbracht, dien reeds Koning Gustaaf Adolf hem had opgedragen. Te Frankfurt a/M. ontmoette Grotius den Zweedschen staatsman, een der meest karakteristieke figuren uit dit glorievol tijdperk der Zweedsche geschiedenis; het persoonlijk overleg leidde tot de benoeming van Grotius tot Zweedsch gezant aan het Hof te Parijs. In den aanvang van 1635, nadat hij op verschillende plaatsen het leger der bondgenooten had bezocht, reisde hij naar Parijs af. Als gezant genoot hij er een jaarlijksche wedde van 15000 guldens, verhoogd met 5000 guldens voor de mede door hem verworven functie van Raadsheer van Staat, eene niet te hooge toelage voor de taak:

„Dat hy zorge zou dragen, dat de eere, rechten en gerechtigheden der Kroon „en 't Ryk van Zweden door zynen dienst bewaard, en ten dien einde wel „onderhouden wierden de Traktaaten en Alliantien, gemaakt of nog te maaken, „en vooral om de Regenten der Kroon Zweden te houden in goede vriendschap met Vrankryk.

„Dat hy ten zeiven einde gestadig correspondentie met de Dienaars van „Staat en met de Prinsen van den bloede, mitsgaders met de Ambassadeurs „en met de Dienaara van Koningen en Republieken, met de Kroon Zweden „geallieerd, en in Vrankryk refideerende, onderhouden zoude.

„Dat hy naarstig letten zoude op het gene in dat Ryk, raakende pais, oorlog, „alliantie, en alles waaraan de Kroon Zweden iets gelegen was, voorviel, en van „alles den Rykskancelier en de Heeren Ryksraaden van Zweeden onderrichten.

„Dat hy die van de Gereformeerde Religie in Vrankryk vermaanen zou tot

421

Sluiten