Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VI

gestorven geldwisselaar, in 1628 te Amsterdam geboren, gestorven in 1671. Andere kleine levensbizonderheden vind ik. Nu hebt u die schilderijen van hem gezien ... zeg zelf: hoe zijn ze — is die haan niet zelfs nog prachtiger dan een Hondecoeter. En die eenden . . . Hofstede de Groot had 't al op *t eerste gezicht voor een Cuyp gehouden! Nu weet men dat er ook nog een Spruytt geleefd heeft.

— Zie, daar bleek nu weer *t nut van mijn archief-studiën en van mijn reisjournaal. Ze halen de schouders op ervoor — de schilders — maar toch, hoevéél zijn er niet beroemd geworden .. . ach, je staat er versteld van wat al niet geleefd heeft al die eeuwen, en hoe dat je helpt een of ander schilderij thuis te brengen!

De vreemde jacht.

— Ach ja, maanden en maanden zit je daarvoor op stoffige zolders te snuffelen en te zoeken in allerlei familie-paperassen, in kille, donkere archief-kelders te verkleumen — met een tangetje pak je voorzichtig blaadje voor blaadje op en betuurt 't door je loupe — en je vindt niets. „Ik vertik t' denk je; en dan plots — daar krijg je een rekening in handen: je leest hoe weinig Frans Hals voor zijn schilderijen kreeg of hoe Rembrandt de laatste jaren van zijn leven leefde van de spaarpenningen van zijn dochter... en je juicht! Heel dat wezen van dien man zie je voor je, heel zijn leven , . . O, ü kent dat óók, niet waar? — u hebt dat óók gevoeld. . . daarom hebt u over de Marissen en dien bloeitijd van de Haagsche School kunnen schrijven. Héél zoo'n leven zie je vóór je . . . je zoekt naar méér, méér licht — *t wordt een jacht, en een prachtige. Wat al schilders heb ik niet gevonden, wat al merkwaardigheden, die héél zoo n leven voor je brengen.. . heel wat meeningen en geweten dingen onjuist deden zijn. Hoeveel als echt beschouwde doeken bleken niet copiën

— hoeveel schilderijen niet aan verkeerden toegeschreven!

Sluiten