Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

XV

Maar bovenal: Jan Steen zelve zoo dikwerf op zijn schilderij — de breed-zittende met de schaterende lach die ge hoort als ge zijn jolig gelaat ziet. Dr. Bredius zou u bij een Steen-schilderijtje de oolijke historie kunnen vertellen van een zwartgallig oud heertje dat het vroeger voor zijn bed had hangen. „Zie je" — zei dat oud heertje — als ik bij mijn ontwaken die schaterende kop van Jan Steen zie, dan raak ik pas goed in mijn humeur I" Levensblijheid, 't luidst zich uitend op die jolige doeken die de uitdrukking „Een huishouden van Jan Steen" in de volksmond bracht — maar 't diepst op dat eene waar Steen aan de hagelblank gedekte disch zit, van spijzen overladen, en tegenover hem zijn vrouw, terwijl buiten 't geopende venster het gouden zonlicht is over heel de stadsstraat, het zonlicht ook blank over den disch .. . dat is de hoogste extaze — zijn meest vrome aanbidding van 't leven waarin heel zijn filosofie in alle sobere rijkheid is gebeeld... Dat heeft mij dan ook, van al wat ik bij dr. Bredius zag, 't diepst ontroerd.

Harms Tiepen.

Sluiten