Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van ongeveer % voet en een diameter van + 5 a 6 voet, zoodat overal als het ware kleine heuveltjes worden opgeworpen. Vervolgens kweekt men van de uitschietende uitspruitsels een tweetal nieuwe, krachtige loten, die, met de aan den staak opgebonden rank, de drie moederranken vormen. De overige behandeling is dezelfde als reeds voor de andere ressorten in dit gewest werd aangegeven.

De mest, door den planter gebezigd, bestaat in hoofdzaak uit gebrande aarde, tanah bakar, gemengd met stalmest en afval van visoh of garnalen, terwijl in streken, waar de pepercultuur samengaat met die van gambir, het gewoonte is om ook de afgekookte gambirbladeren als mest te gebruiken. De gebrande aarde wordt verkregen door teelaarde bij onvoldoende toetreding van lucht aan een verbrandingsproces te onderwerpen*1 Deze mest wordt met de om de peperplanten losgewoelde aarde vermengd, niet daarop uitgespreid. Wanneer men met mesten begint en hoe dikwijls dit plaats heeft, is natuurlijk afhankelijk van de gesteldheid van den bodem, zoodat daarvoor geen vaste regels zijn te geven.

Overigens behoort het schoonhouden van de tuinen en het zoo noodig begieten der jonge peperstekken tot de gewone werkzaamheden van den peperplanter. Daar de peper in deze streken vrij veel te lijden heeft van de z.g. „schimmel", „aaltjes" en „wortelziekte", wordt, ter voorkoming van beide eerstgenoemde kwalen, de plant regelmatig begoten met tabakswater, gemengd met het sap van den toebawortel 0), terwijl bij „wortelziekte" de aarde nabij den stam gedeeltelijk wordt verwijderd en de wortel aan het zonlicht bootgesteld. De insecten en torretjes, w.o. de takboorder, worden zooveel mogelijk door besproeiing met tabakswater verdreven of gevangen en verbrand.

IV. Plu k.

Aangezien in hoofdzaak witte peper geproduceerd wordt, wacht men met het plukken totdat zich per tros ongeveer 10 a 12 roode bessen vertoonen. Vanaf ongeveer het 3e jaar wordt met tusschenpoozen van + 11 maanden regelmatig geoogst. Bij den vierden oogst plukt men de ranken geheel schoon. Deze laatste oogst wordt uitsluitend tot zwarte peper verwerkt, de bessen der drie eerste oogsten leveren witte peper.

Overigens oogst men gewoonlijk tweemaal per jaar, eenmaal omstreeks Juli—Augustus (groote oogst) en eenmaal omstreeks Januari— Februari (kleine oogst). Eerst plukt men de rijpe trossen, die voor de

(1) Toeba is de algomeene naam voor sommige giftige plantendeelen, die in het water geworpen worden om visschen te bedwelmen, saponine, picrotoxine dan wel blauwzuur zijn de daarin voorkomende werkzame stoffen (ref. Bncyclopaedie NI IV blz. 396).

Sluiten