Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

I. Gronden, waarop de cultuur wordt gedreven.

Men kan niet zeggen, dat de peperplanter in dit gewest aan eene bepaalde grondsoort de voorkeur geeft. Zoowel mooie humus- als kleigronden waarin zand wordt aangetroffen, of roode ijzerhoudende gronden vermengd met zand, dan wel alang-alangterreinen worden voor het aanleggen der pepertuinen gebezigd. Ook de aanwezige vegetatie bevat voor den inlander geen kenmerken omtrent de meerdere of mindere geschiktheid van bepaalde grondsoorten voor deze cultuur.

Uit den aard der zaak kiest men echter gronden, welke nabij een afvoerweg gelegen zijn of weinig arbeid eischen om plantklaar~gemaakt te worden, dus met minder zwaar bosch begroeid zijn, terwijl ten slotte de nabijheid van ijzerhoutboomen gewenscht is, teneinde de steunsels voor de peperplant in de onmiddellijke nabijheid te hebben.

Indien men al eens zwaar oerwoud kiest voor het aanleggen van een pepertuin, dan moeten aan de ligging zeer bijzondere voordeden verbonden zijn om te kunnen opwegen tegen de moeilijkheden waarmede de aanleg gepaard gaat.

Slechts op eene goede, natuurlijke drainage waardoor het overtollige regenwater gemakkelijk afgevoerd wordt, wordt bij de keuze van het terrein nauwkeurig gelet.

II. Aanleg der tuinen.

De groote uitgestrektheden woeste gronden in de afdeeling Tanahboemboe zijn oorzaak dat het den inlander niet de minste moeite kost om een terrein te verkrijgen, dat hij voor zijn pepertuin geschikt acht. Iedere ontginner legt zonder eenige formaliteit beslag op het door hem begeerde stuk grond; hij, die het eerst een terrein in cultuur brengt, is er ook meester Van. De tuin of tuinen, die het eigendom van één persoon zijn, bevatten gewoonlijk niet meer dan 500 ranken; een tuin met 3000 ranken, eigendom van één persoon, is eene groote zeldzaamheid; de grootste bekende tuin, welken één eigenaar heeft, bevat 15000 ranken. Eerstgenoemde tuinen worden door het gezin van den eigenaar aangelegd, hoogstens worden voor de werkzaamheden aan den aanleg verbonden een tweetal koelies ingehuurd. Veel kapitaal is dus niet noodig, zoodat van bepaald werkkapitaal niet gesproken kan worden. Ook het werkvolk blijft tot èkele koeies beperkt.

In het zeldzame geval, dat een tuin wordt aangelegd met ingehuurde werkkrachten betaalt men voor het omwerken van den grond ƒ 1.75 tot ƒ 2.50 per anggaran, d.i. eene uitgestrektheid van 10 vadem a 1.70 M. in het vierkant.

Nadat de omgewerkte grond ongeveer 2 maanden braak gelegen heeft,

Sluiten