Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wordt de oppervlakte gelijkgemaakt en gezuiverd van alle groote aardkluiten. "Voor dit werk wordt per anggaran betaald ƒ 0.75 tot ƒ 1.—. Men rekent, dat voor deze werkzaamheden in een tuin van 500 ranken twee koelies voldoende zij». Kan de tuinbezitter beschikken over twee tot werken geschikte personen uit zijn gezin, dan worden geen vreemde werkkrachten ingehuurd.

Bij het kappen en branden van het houtgewas, dus bet tot ladang maken van het uitgezochte terrein, helpen de bewoners van een zelfde kampong elkaar, zoodat aan deze werkzaamheden geen onkosten verbonden zijn. Voordat de peper in de tuinen geplant wordt, bezigt men het terrein voor den rijstbouw en wel ongeveer een jaar lang. Zoodra de padioogst in April, Mei of Juni afgeloopen is begint men den grond tot op ± 0.20 M. diepte goed om te werken, zooals reeds hiervoor werd vermeld.

Tot steun der peperranken worden uitsluitend ijzerhouten staken (toeroes sahang) gebruikt. Deze worden eenvoudig van den stam gespleten, zijn + 10 c.M. dik en ongeveer 3.30 M. lang. Zij worden ± 0.65 M. in den grond geplaatst met onderlinge tusschenruimten en afstanden van 1 depa (1.75 M.).

Het aanleggen van waterleidingen is onbekend. Zooals reeds werd medegedeeld, let men bij de keuze van het terrein vooral op eene goede, natuurlijke drainage daar water in het algemeen nadeelig geacht wordt voor de plant. Het voordeeligst voor den groei zijn maanden waarin niet meer dan 10 regendagen voorkomen en dan nog mogen er geen zware buien vallen.

De peperstekken worden genomen van 4 a 5 jarige ranken, die er gezond uitzien. Elke stek moet minstens twee geledingen met drie knoopen hebben; dikwijls gebruikt men stekken met vier geledingen (geleding — roeas, stengelknoop = boekoe). De stekken, die in het district Balangan (Amoentai) van oude planten genomen worden voldoen niet, omdat men daarvan een minderwaardig product verkrijgt. Getracht wordt uit de reeds van Muntok ontvangen peperzaden plantjes te kweeken, teneinde over beter materiaal te kunnen beschikken. Men wil de pepercultuur, die in deze afdeeling in den laatsten tijd zeer achteruitgaat, daardoor bij de bevolking weder meer ingang doen vinden 0).

Het uitzetten der: stekken geschiedt in den regentijd, dus in de maanden November tot en met Februari. De stek wordt zoodanig geplant, dat één knoop (boekoe) boven en één knoop gelijk met den grond komt, zoodat zich minstens eene geleding in den grond bevindt. Aan ééne zijde van iederen staak plant men 3 of 4 stekken zoo dicht mogelijk bij elkander.

(1) Omtrent deze aangelegenheid werden in de sedert ontvangen maandverslagen van dit gewest geen mededeelingen meer aangetroffen.

Sluiten