Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

die nog geen vrucht dragen, zoodat als productief beschouwd mogen worden naar schatting ongeveer 5920 bahoe. Hoe groot de uitbreiding van den aanplant in de eerstkomende twee jaren zal zijn, is niet onder juiste cijfers te brengen. Hiertoe moet met te veel wisselvallige factoren (prijzen van het product, ziekte onder de bevolking, e.d.) rekening gehouden worden. Ook moet men bij het productief worden van den aanplant op bovengenoemde 1470 bahoe, oude tuinen of tuinen die onvoldoende oogsten opleveren en daarom verlaten worden, afschrijven.

Ook de productiecijfers zijn zeer wisselvallig. Zoo werd de Lanipongoogst van dit jaar (1911) geschat op 180.000 pikols, doch de ongunstige weersgesteldheid is oorzaak geweest, dat dit getal tot 130.000 pikols moest worden teruggebracht (1). In verband met een en ander is eene, raming van de productie voor de beide eerstvolgende jaren, vooral met het oog op de tegenwoordige fancy-prijïen, niet mogelijk. Laatstgenoemde omstandigheid brengt de planters er toe om ook aan de weinig produceerende tuinen meer aandacht te schenken en meer zorg te besteden aan het onderhoud, zoodat ook dit niet zonder invloed zal blijven op de productiecijfers.

RESIDENTIE BANKA EN ONDERHOORIGHEDEN.

I. Gronden, waarop de cultuur wordt gedreven.

De Inlander noch de Chinees besteden bijzondere moeite aan het uitzoeken van een terrein voor een aan te leggen pepertuin. Zij letten er alleen op:

1'. dat de op dien grond groeiende boomen frisch staan en goed opschieten,

2e. dat er weinig gras of varens voorkomen,

3e. dat de grond bestaat uit gele aarde gemengd met een weinig zand

en roodachtig gesteente, 4e. dat op eene diepte van ± 1 M. zich veel roode steenkorrels (krikil)

bevinden.

De terreinen, waar veel „kajoe pelawang" voorkomt, evenals moerassige of zandige gronden worden vermeden, tewijl gedeelten begroeid met „poelas", „seroeh" en „mengkoening" het meest gezocht zijn (2).

Het sub 2 genoemde punt is hoofdzakelijk voor den Inlander van

(1) Zie hiertrij ook de hiervoor opgenomen uitvoercgfers en "het medegedeelde op blz. 8.

(2) De wetenschappelijke namen dezer plantensoorten konden niet nagegaan worden.

Sluiten