Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het nauwe verband tusschen de maatschappelijke omstandigheden en het geestelijk leven... En het denken daaraan, het werken daarin moet geen toegift zijn, een soort liefhebberij van wie daar juist lust in hebben. Maar uitvloeisel,, natuurlijk uitvloeisel van ons leven met den Heer, die onzen blik verwijdt en ons hart verteedert."') . Sociaal zijn, dat is elkanders lasten dragen, dat is elkaar dienen in de liefde, dat is uitgaan voor en tot het zwakke en het hulpelooze, dat is den arme en verdrukte tot een helper en een broeder zijn. Sociaal zijn is het bewuste deelhebberschap aan de vreugden en nooden der gansche maatschappij, dat is als mensch doorvoelen hetgeen de menschheid beroert, dat is zich een deel weten van het menschheids-organisme, dat is het bewust najagen van de menschelijke solidariteit Sociaal zijn is het verlangen naar een levenspraktijk, is de daad der liefde óm het woord der liefde, waarin Gods gebod zich culmineert. Zóó was Jezus zelf sociaal in zijn optreden en niet in lijn prediking alleen, en op zijn doen wees Dr. Kuyper terecht, toen hij het eerste Christelijk-sociaal congres in 1891 opende: „Machtig is dan ook de trek van ontferming, die in elke bladzijde van het Evangelie is ingesneden, zoo dikwijls Jezus met de lijdenden en de verdrukten in aanraking komt. De schare, die de wet niet kent, stoot hij niet af, maar trekt hij tot zich. Geen vlaswiek, die nog even smeult, dat hij ze zou uitblusschen. Wat krank is geneest hij. Van de aanraking van het melaatsche vleesch trekt hij zijn hand niet terug. En als de schare honger heeft, ook al hongert ze nog niet naar het brood des levens, reikt hij haar tarwebrood in menigte en schenkt haar overvloed van kostelijke visch. Zoo paart zich. bij Jezus aan de theorie een levenspraktijk." a)

') Dr. J. R. Slotemaker de Bruine. Eenheid en roeping der kerk. Blz. 31. *) Het sociale vraagstuk en de christelijke religie. Blz. 16.

Sluiten