Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

getuigenis niet alleen in prediking, maar ook in daden, in sociale daden. In dat alles moet iets van eeuwigheidskracht liggen, in dat alles moet iets blijken van het in de wereld, niet van de wereld. Zoo moeten vóór alles aan het werkelijke» gewone leven de eischen vim het christendom gesteld." ')

De harmonie der schepping is God, Hij, die uit den chaos de orde ontwikkelde, Hij, die met Zijn wezen de schepping vervult. Is er dan hooger wereldorde denkbaar, dan het leven uit en voor God, schooner harmonie dan het samenvallen van alle woord en daad tot eer van Hem, die het geschapene in Zijn liefde draagt, die de wereld alzoo liefhad, dat Hij zich in den Zoon wilde vermenschelijken? Het einddoel van de gezamenlijke orde der geschapen dingen is volgens Martensen het rijk Gods in zijn eenheid met dat der menschheid. 2) Dit is Gods zedelijke wereldorde absoluut gesteld, dit is de vergoddelijkte samenleving, dóör geen zonde gedenatureerd, dit is het Koninkrijk Gods, zooals het in den individu een territorium heeft, vermaatschappelijkt. God, in de wereld geheiligd, de wereld slechts levende tot Gods eer, dat is het ideaal van het verloren paradijs, dat is de hemel op aarde, dat is de absolute christelijke maatschappij. Maar wie in dit ideale tegelijk ook het onbereikbare ziet, hij gevoelt het ernstige van den eisch, dit ideale zoo dicht mogelijk nabij te komen, hij ziet als consequentie van het beginsel zijns levens, de liefde tot God, de noodzakelijkheid, dit beginsel ingang te doen vinden als wereldbeginsel, hij wil het wereldleven heen leiden tot dit beginsel, (dat is begin), van waaruit het zich tot een hooger volmaaktheid kan ontwikkelen, strevend naar het einddoel: het rijk Gods in zijn eenheid met dat der menschheid.

En hij vraagt ook niet of het kan, hij vraagt niet, of „het

') De Klaroen, jrg. 1909, blz. 118. 2) Die chr. Ethik II, blz. 191—192.

Sluiten