Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

had: het leven uitjen door en tot den Vader, al hadden alle andere 't alreeds wel." ')

Als in de openbaring van Johannes wordt geprofeteerd van den nieuwen hemel en van de nieuwe aarde, dan staat daar dat kernachtige woord van God: „Ik ben de Alfa en de Oméga, het begin en het einde." Zóó heeft altijd het christendom zijn wereldroeping gezien: het gaan uit God en het keeren tot God. Zoo ook ziet het christen-socialisme zijn wereldvervullende taak! God als uitgangspunt en doel, God als Alfa en Oméga. En als God het doel van alle wereld en leven is, dan rijst daar als het maatschappelijk ideaal een wereldorde, een wereldharmonie als het resultaat van Gods middellijke werkingen, bij den chaos aangevangen. God is het begin en het einde. De geest Gods zweefde over den chaos toen het wereldleven zich te ontwikkelen begon, de geest Gods zal heerschen als zedelijke harmonie der eindelijke wereld. Heel de historie wordt zoodoende de verwerkelijking van Gods wereldplan, en de christen ziet het al gebeuren als naar Gods wijsheid bepaald. „Daarom," oordeelt Carrière, „weten de menschen, dat zonder Gods wil geen haar van hun hoofd valt, en dat dengenen, die God liefhebben, alle dingen medewerken ten goede. Daarin is het geloof aan de zedelijke wereldorde op de duidelijkste wijze uitgedrukt, de aansluiting aan haar is onze bestemming en ons heil. Zelfvolmaking en liefde zijn haar gebod. Het kan niet classieker uitgedrukt worden dan in de woorden: „Weest gijlieden volmaakt, gelijk uw Vader, die in de hemelen is, volmaakt is; hebt God lief bovenal en uwen naaste als u zeiven." „Jezus zelf verwerkelijkt het zedelijk ideaal en herstelt daardoor het door de zonde bezoedelde goddelijke evenbeeld, het verloren bewustzijn van het kind-

i) Toelichting beginselverklaring v. d. Bond van Christen-socialisten, blz. 117.

Sluiten