Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

spanning van het menschelijk vermogen. Een cultuur van eeuwen, in den modernen mensch gecondenseerd en onder den hoogdruk van het willen-winnen tot nieuw vermogen uitgedreven, wordt hier opgevoerd tot een duizelingwekkende macht. De moderne mensch schijnt alles te kunnen, als er klinkende munt te verdienen valt. Hij beheerscht de aarde als een meester, hij schrijdt over de zeeën als een geweldenaar, hij doorklieft de lucht als een overwinningskreet. Afstanden kent hij niet, de natuur dient hem in zijn doel, hij staat als een jonge god in de branding van zijn eeuw.

Maar waar blijft dit verheffende naast de kolking van zedelijke ellende, die de strijd om het bezit, waarin deze geweldige energie wordt verbruikt, onverbiddfeltk teweeg brengt ?

Het kapitalisme vermaterialiseert. Het vermaterialiseert den arbeider, omdat het hem dwingt tot de pijnigende denk-zorg over het onderhoud van een gezin voor een schamel loon, dat nog niet eens bij voortduring verzekerd is, maar het vermaterialiseert ook den ondernemer, den producent, omdat het onafgebroken zijn belangstelling bepaalt bij het stoffelijke, bij de levenskansen van zijn bedrijf, bij de worsteling met zijn concurrenten. Hoe beter het den ondernemer gaat, hoe meer afzetgebied hij voor zijn waren vindt, des te vuriger de prikkels zijner energie gaan werken, des te meer hij in het eigenbelang wordt verstrikt, des te grooter macht de materie over hem krijgt. Kan hij niet winnen met eerlijkheid en waarheid, dan maar met bedrog en leugen. Dan maar met opgeschroefde reclame en warenvervalsching, dan maar met omkooperijen en speculatie op de lichtgeloovigheid van het publiek. Er is niets, dat zoozeer het zedelijk voelen afstompt als de prikkels van het eigenbelang, er is niets dat zoozeer vergroft als het wroeten en intrigeeren voor materiëele belangen! En hoe nu als het achteruitgaat in de zaken, als men overvleugeld wordt in den strijd, als

Sluiten