Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

staat het machtsmiddel der bezittende klasse, om haar positie te versterken.

Zij wil haar dit machtsmiddel ontnemen, om het, in den overgangstijd naar het socialisme, te gebruiken, om haar inzichten eveneens in de wet tot dwingend recht te maken, en is eenmaal de socialistische orde aanvaard en geregeld, dan wil de sociaal-democratie den staat als een dan overbodig geworden machtsmiddel opheffen. Het is het idealisme van de sociaal-democratie, van hef marxisme speciaal, dat doet gelooven aan een socialistische orde, waarin geen dwingend staatsrecht meer noodig zal zijn.

In „Het wezen en de oorsprong van den Staat" zegt Engels o. a.: „Hij is steeds h<:t middel, waarmede de heerschende klasse de overheerschte onderwerpt en onderworpen houdt. Hij is niet eeuwig geweest en behoeft niet eeuwig te blijven. Van het oogenblik af, dat de maatschappij niet meer bestaat uit heerschende en onderdrukte klassen, is de grondslag, de voorwaarde voor den staat vervallen. Wanneer derhalve door de socialistische maatschappij het klassenverschil is verdwenen, kan allengs ook de Staat in het museum van oudheden worden bijgezet."') En bij dit oordeel sluit zich Troelstra aan, als hij zegt: „Wij achten den Staat een gezags- en een machtsmiddel, een instrument van heerschappij." Juist als Kautsky: „Als elke Staat is ook de moderne Staat een werktuig der klassen-heerschappij." 2)

Historisch-maierialistisch als verschijnsel gezien, wordt de staat door de sociaal-democratie beschouwd als machtsmiddel, dat op de heerschende klasse veroverd moet worden ten bate der arbeidersklasse en in haar ten bate van het gansche volk. Het doel der sociaal-democratische politiek

') Zie het verslag eenen kiesrecht-rede van Mr. P. J. Troelstra in Het Volk van 15 Maart 1911. 2) Karl. Kautsky. Het Erfurter Programma, vert. door C. v. Gelder.

Sluiten