Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

genoemd recht, dat men steeds weet, waaraan men zich heeft te houden, m. a. w. dat de rechtszekerheid grooter is. Duidelijk is het, dat men bij het gewoonterecht dikwijls in groote onzekerheid zal verkeeren of een bepaald gebruik wel zoo algemeen gevolgd wordt, dat het als een gewoonte aangemerkt moet worden.

Het geschreven recht kan zich niet zoo gemakkelijk aanpassen aan de zich voortdurend wijzigende rechtsovertuiging van het volk en de wetgever moet er dan ook steeds op bedacht zijn om de wetten, door wijziging of vervanging door andere, met die rechtsovertuiging in overeenstemming te brengen.

Een ander voordeel van het geschreven recht is, dat dezelfde rechtsregels, wanneer zij althans uitgaan van het centraal gezag in den Staat, gelden voor het geheele staatsgebied, dat er dus is eenvormigheid over het geheele land. Dat dit voordeel niet gering is, bewijst ons een vergelijking van den huidigen staatsrechtelijken toestand van ons land met dien onder der Oude Republiek (1588—1795) en met den staatsrechtelijken toestand van Frankrijk vóór de Omwenteling (1789). Daar de Oude Republiek een bond van verschillende souvereine staten (provinciën) was, golden in de eerste plaats in iedere provincie verschillende regelen ten opzichte van dezelfde onderwerpen. Bovendien was, wat hier van de provinciën gezegd kan worden ook op de steden van toepassing. Voeg daar nu bij, dat naast die wetten en verordeningen nog golden: de gewoonte, het oude Romeinsche recht en rechtsregels, die van kracht waren voor alle provinciën gezamenlijk, en dat bij dit alles nog de uitspraken van de verschillende rechtbanken moesten worden in acht genomen, dan kan men zich voorstellen hoe moeilijk het in dien tijd was in het recht den weg te vinden.

Sluiten