Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De Raad van State werd opgeheven en Willem V van het Stadhouderschap vervallen verklaard.

In de steden werden natuurlijk de oude regeeringen omver geworpen. Deze aldus „gerevolutionnairde" gemeenten kozen in de verschillende provinciën afgevaardigden, „provisioneele representanten" genaamd en deze zonden weer afgevaardigden naar de „Staten-Generaal", die dus een geheel ander college waren als onder de Oude Republiek. Nochtans kregen ook zij een lastbrief mede.

In Januari 1796 stelden de Staten-Generaal een reglement vast voor de Nationale Vergadering. Het voornaamste hieruit is, dat het land verdeeld werd in districten van 15000 zielen, ieder district in 30 grondvergaderingen van 500 zielen. Elke grondvergadering zou één kiezer in het district kiezen en de 30 kiezers in het district zouden één lid der Nationale Vergadering benoemen. Verder bepaalde het reglement, dat de vergadering een commissie uit haar midden zou benoemen teneinde een staatsregeling te ontwerpen.

Den len Maart 1796 kwam de aldus verkozen Nationale Vergadering bijeen en de bestaande Staten-Generaal werden ontbonden. Een van hare eerste werkzaamheden was het benoemen van een commissie van 21 leden, die de nieuwe staatsregeling had te ontwerpen. Dit ontwerp werd den 10en November 1796 in de vergadering gebracht.

Intusschen liet de eenheid van gedachten weer alles te wenschen over. Er hadden zich drie partijen gevormd • de ünitarissen, de Federalisten en de Moderaten. De Unitarissen wilden centralisatie van het staatsbestuur, dus alle macht geven aan een centraal gezag in den staat, en alles van dat gezag laten uitgaan. Daarmede moest natuurlijk gepaard gaan, dat de onderdeelen van den staat volstrekt geen zelfstandige bevoegdheid hadden, doch slechts werk-

Sluiten