Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De Grondwet 1815.

Aan de grondwet van 1814, die trouwens slecht voldeed, is geen lang leven beschoren geweest, want weldra maakte de aanhechting van België een wijziging noodzakelijk. Tot die vereeniging, waarvoor Willem I zeer geijverd heeft, was reeds in beginsel besloten bij het TVactaat van Parijs van 30 Mei 1814, de voorwaarden der vereeniging werden geregeld bij het Protocol van Londen van 21 Juni 1814, terwijl de volkenrechtelijke bekrachtiging plaats had bij het Weener Congres van 31 Mei 1815.

Om deze wijziging voor te bereiden benoemde de Souvereine Vorst op 22 April 1815 een Staatscommissie, welke belast werd met het maken van een ontwerp. Van Hogendorp was weer, evenals in 1814, voorzitter. Ze bestond eerst uit 22, later uit 24 leden, voor de eene helft Noord-Nederlanders, voor de andere helft ZuidNederlanders, terwijl er tevens evenveel Protestanten als Katholieken zitting in hadden.

Den 13en Juli 1815 werd door haar een ontwerp ingediend, doch intusschen had Willem I, gedreven door den plotselingen terugkeer van Napoleon van Elba, bij Proelamatie van 16 Maart 1815 zich zelf eigenmachtig tot Koning van het Koninkrijk der Nederlanden geproclameerd. In Noord-Nederland werd de nieuwe grondwet met algemeene stemmen aangenomen ongeveer op de wijze, zooals de Grondwet 1814 dat bepaalde. Wij zeggen hiér ongeveer, omdat de door die grondwet voorgeschreven vormen, bij een wijziging in acht te nemen, niet juist zijn nageleefd.

In Zuid-Nederland had dit evenwel meer om het lijf. Men verkeerde daar in 1815 in hetzelfde geval als het Noorden een jaar te voren: er bestonden geen wettelijke bepalingen betreffende het aannemen van een constitutie

WlJTHOPF. 3

Sluiten