Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

(„Het Verslag van 16 Maart".) Er zij hier de nadruk op gelegd, dat dit niet was een antwoord op de 27 ontwerpen.

Den volgenden dag reeds benoemde de Koning een commissie („de Oommissie van 17 Maart"), welke hij opdroeg: 1° een ontwerp-grondwet te maken, en 2° te adviseeren in zake een nieuw te vormen ministerie. Van de tweede opdracht is zij later, in verband met het optreden' van bet ministerie Schimmelpenninck, ontheven geworden.

Leden der Commissie waren: Thorbecke, Donker Curtius, de Kempenaer, Luzac en Storm. Den Hen April diende zij haar voorstellen in, die in hoofdtrekken geleken op het voorstel der negen mannen. Nadat nu ten gevolge van oneenigheid in den boezem van het ministerie, twee ministers, waaronder Schimmelpenninck, aftraden, werden door den Koning op 20 Juni ingediend 12 wijzigingsontwerpen, die slechts weinig verschilden van de voorstellen der commissie van 17 Maart.

Bij de behandeling der regeeringsontwerpen in de Kamer bleek het dat zij zich vooral op 5 hoofdpunten niet met die voorstellen kon vereenigen. Men kwam evenwel tot een vergelijk.

Toen de schriftelijke behandeling bijna was afgeloopen, zag een zeer bekend boekje van Thorbecke het licht, getiteld „Bijdrage tot de herziening der grondwet", waarin hij critiek oefende zoowel op de voorstellen der commissie van 17 Maart, voor zoover die zich met zijne gedachten niet had kunnen vereenigen, als op de 12 regeeringsontwerpen. Daar evenwel, zooals gezegd, de schriftelijke behandeling bijna geëindigd was, verscheen het te laat om resultaat te hebben: immers der Kamer ontbrak het recht van amendement, d. i. het recht om wijzigingen aan te brengen.

Sluiten