Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geschil omtrent de orde der erfopvolging. Het stelsel van erfopvolging kan alzoo niet gewijzigd worden.

Art. 22.

Al de bepalingen omtrent de erfopvolging worden op de nakomelingen van den eersten Koning, op wien krachtens een der twee voorgaande artikelen de Kroon overgaat, toepasselijk, in dier voege, dat het nieuwe Stamhuis ten opzigte van die opvolging van hem zijnen oorsprong neemt op gelijke wijze en met dezelfde gevolgen als het Huis van Oranje-Nassau dit volgens art. 10 doet uit wijlen Koning Willem Frederik, Prins van Oranje-Nassau.

Ditzelfde geldt in het geval van art. 16 ten opzigte van de aldaar bedoelde nakomelingen van wijlen Prinses Carolina van Oranje.

Het geldt evenzeer ten aanzien van de nakomelingen der vrouw, die bij opvolging tot de Kroon is geroepen, met dien verstande, dat de Kroon eerst bij geheele ontstentenis van die nakomelingen in de volgende lijn van het Stamhuis, waartoe die vrouw door geboorte behoorde, overgaat.

Art. 28.

De Koning kan geene vreemde Kroon dragen, met uitzondering van die van Luxemburg.

Tn geen geval kan de zetel der regering buiten het Rijk worden verplaatst.

De uitzondering voor de kroon van Luxemburg dateert van 1848; men wilde aan oude rechten van het Huis van Oranje te dezen opzichte niet te kort doen. Ze heeft evenwel alle practische beteekenis verloren: voor de opvolgers in Luxemburg is bepaald, dat dit alleen mannen kunnen zijn. Toen Willem III, die ook Groot-Hertog van Luxemburg was, overleed, is de kroon dan ook niet op Wilhelmina overgegaan.

Sluiten