Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

INKOMEN DER KROON.

Tweede Afdeeling.

Van het inkomen der Kroon. Art. 24.

Behalve het inkomen uit de domeinen door de Wet van 26 Augustus 1822 afgestaan en in 1848 door wijlen Koning Willem H tot kroondomein aan den Staat teruggegeven geniet de Koning een jaarlijksch inkomen uit 's Landskas' waarvan het bedrag bij elke troonsbeklimming door de wet wordt vastgesteld.

Dit art. eischt eenige historische toelichting.

In 1795 werden de goederen, zoowel roerende als onroerende, van het Huis van Oranje verbeurd verklaard

Om daaraan, na de herstelling der onafhankelijkheid tegemoet te komen, bepaalde de grondwet van 1814 dat

??KnlreD VaU den SouvereiD-en Vorst zou bedragen ƒ1.500.000.—, en dat deze, desverkiezende, een wet voor kon stellen, waarbij het inkomen met ƒ500.000— zou worden verminderd, en in de plaats daarvan aan hem en zijn opvolgers zooveel domeinen in vollen eigendom als patnmoniëel goed, zouden worden toegekend als een opbrengst van ƒ500.000.- waarborgden. De grondwet van 1815 net inkomen op ƒ 2.400.000.- brengende wijzigde deze bepaling in zooverre, dat de genoemde bevoegdheid alleen toekwam aan Willem I. De bedoeling was dat op deze wijze het Huis van Oranje weer in het bezit der onroerende goederen zou kunnen komen *e het m 1796 ontnomen waren. Willem I maakte van de bepaling gebruik in 1822, doch voldeed niet aan de voorwaarde, dat de goederen als patrimoniëel goed wer-

Sluiten