Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Geen vrijdom van eenige andere belasting wordt door Hen genoten.

Onder „personele lasten" zijn te verstaan: alle directe belastingen, die vooraf beschreven en volgens vastgestelde kohieren geheven worden, met uitzondering van de grondbelasting.

Behalve de onderscheiding der belastingen in directe en indirecte, verdeelt men ze ook wel in zakelijke en èn* persoonlijke belastingen. Men zou kunnen zeggen, dat een zakelijke belasting, als bijv. de grondbelasting, aan de zaak onverbrekelijk vastzit, of, om de woorden van Mr. N. G. Pierson *) te gebruiken, er aan kleeft. Een zakelijke belasting houdt geen rekening met de draagkracht van den persoon; een persoonlijke belasting (bijv. Vermogensbelasting) doet dat wel,

Zie ook ait. 175.

Art. 27.

De Koning rigt Zijn Huis naar eigen goedvinden in. Art. 28.

Het jaarlijksoh inkomen eener Koningin-weduwe gedurende haren weduwelijken staat, uit 'sLands kas is f 160.000 .

Bij de wet van 14 Jan. 1901 is aan Z. K. H. Prins Hendrik gedurende diens weduwnaarsstaat een jaarlijksch inkomen uit 'sLands kas toegekend van ƒ150.000—.

Art. 29.

De oudste van des Konings zonen, of verdere mannelijke nakomelingen, die de vermoedelijke erfgenaam is van de Kroon, is des Konings eerste onderdaan en voert den titel van Prins van Oranje.

') Mr. N. G. Pierson. Leerboek der Staathuishoudkunde.

Sluiten