Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 48.

Dit besluit wordt genomen op voorstel van den Regent of van ten minste twintig leden der Staten-Generaal.

Deze leden dienen hun voorstel in bij den Voorzitter der Eerste Kamer, die de beide Kamers onmiddellijk in vereenigde vergadering bijeenroept.

Is de zitting der Kamers gesloten, dan zijn die leden bevoegd de oproeping zeiven te doen.

Art. 49.

De hoofden der ministeriële departementen en de voogd of voogden zijn persoonlijk gehouden aan de Kamers der Staten-Generaal, zoo dikwerf dit wordt gevraagd, omtrent den toestand van den Koning of van den Regent verslag te doen.

Art. 94, 3e lid, is ten deze ook op de voogden toepasselijk. Art. 50.

Onmiddellijk na afkondiging van het in art. 47 omschreven besluit herneemt de Koning de waarneming der regering.

Vijfde Afdeeling.

Van de inhuldiging des Konings. Art. 61.

De Koning, de regering aanvaard hebbende, wordt zoodra mogelijk plegtig beëedigd en ingehuldigd binnen de stad Amsterdam, in eene openbare en vereenigde vergadering der Staten-Generaal.

Sluiten