Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wier Voorzitter de volgende plegtige verklaring uitspreekt, die vervolgens door hem en elk der leden, hoofd voor hoofd, beëedigd of bevestigd wordt:

„Wij ontvangen en huldigen, in naam van het Nederlandsche volk en krachtens de Grondwet, TJ als Koning; „wij zweren (beloven), dat wij Uwe onschendbaarheid en „de regten Uwer Kroon zullen handhaven; wij zweren „(beloven) alles te zullen doen wat goede en getrouwe „Staten-Generaal schuldig zijn te doen.

„Zoo waarlijk helpe ons God almagtig!" („Dat beloven «wij").

De grondwet voorziet niet in het geval dat leden der Staten-Generaal wegblijven.

Zesde Afdeeling.

Van de magt des Konings.

In deze afdeeling, de belangrijkste van het tweede hoofdstuk, wordt omschreven, in art. 54 de aard van 's Konings macht en in art. 55 welke de macht is, die de vorst in onzen Staat bekleedt, n.1. de Uitvoerende Macht. In onzen Staat zijn drie machten te onderkennen, te weten behalve de Uitvoerende, de Wetgevende Macht, waarover gehandeld wordt in het 3e hoofdstuk en de Rechterlijke Macht, waarover het 5e hoofdstuk spreekt.

Art. 54.

De Koning is onschendbaar; de ministers zijn verantwoordelijk.

Sluiten