Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nomen, is in ons land een recht niet in het voordeel van de Koninklijke macht, maar een recht in het voordeel der Staten-Generaal; het is inhaerent aan de constitutioneele monarchie. Bij art. 54 mochten wij opmerken, dat er eenheid moet zijn van overtuiging in politiek opzicht tusschen het volk (de kiezers, beter gezegd) en Staten-Generaal, alsmede tusschen deze laatste en het Ministerie. Wij zouden die verhouding wel weer kunnen geven, in een evenredigheid die zou kunnen luiden:

Volk: Staten-Generaal = Staten-Generaal: Ministers.

Verandert één van de factoren dier vergelijking dan wordt zij valsch en dan moet door wijziging van de waarde der factoren, de vergelijking weer echt worden. Verandert de factor „ministers" van waarde, dan kan door benoeming van andere ministers de vergelijking weer tot een juiste hersteld worden. Verandert daarentegen de factor „Staten-Generaal" van waarde, dan moet er een middel zijn om te onderzoeken of die waardeverandering wel gemotiveerd is, m. a. w. er moet onderzocht worden of hunne politieke samenstelling wel in verhouding is met de politieke ideeën der kiezers. Om dit nu té onderzoeken dient het ontbindingsrecht.

De grondwet stelt dat ontbindingsrecht volgens Buys *) voor als het recht van de Kroon om te onderzoeken of de vergadering, welke de groote macht, die zij uitoefent, enkel ontleent aan het feit, dat zij Volksvertegenwoordiging is, dat karakter wel inderdaad bezit. Het ontbindingsrecht hangt dus ten nauwste samen met de ministeriëele verantwoordelijkheid en het bevestigt met die verantwoordelijkheid het parlementaire stelsel.

Wordt de Tweede Kamer, tengevolge van een conflict

-) Buys I, t. a. p. pag. 303.

Sluiten