Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Geschiedenis.

De Raad van State is een instelling, die reeds voorkwam ten tijde der eerste graven, zij het dan ook met andere bevoegdheden of met een ander karakter dan aan het college van denzelfden naam in ons hedendaagsch staatsrecht zijn toegekend.

Toen Karei V bij ordonnantie van 1531 bepaalde, dat het gezag over deze gewesten in zijn naam zou worden uitgeoefend door een landvoogd, werd daarbij tevens ingesteld een Raad van State, die zoowel tot taak kreeg den landvoogd van advies te dienen, als hem behulpzaam te zijn bij de uitvoering zijner besluiten.

Bij de totstandkoming der Unie van Utrecht (1579) koos de R. v. S. de Spaansche zijde, zoodat Zijn bestaan voor deze gewesten ophield.

In 1584, na den dood van Willem van Oranje, besloten dé Staten-Generaal, daar zij zelf niet geregeld vergaderden, tot instelling van een college, met den titel van Raad van State, dat het algemeen bewind zou voeren. Men lette dus wel erop, dat deze instelling van geheel ander karakter was dan de Staatsraad, zooals die thans voorkomt in de rij onzer Staatsinstellingen. Was hij onder de Oude Republiek een &es<mwscollege, thans is de R. v. S. louter een adviseerend lichaam. Zijn bevoegdheden gingen weldra hoofdzakelijk over op de Staten-Generaal, met het gevolg dat alleen tot zijn competentie bleven behooren: Defensie, Financiën en het voeren der Geheime Diplomatie.

De omwenteUng van 1795 deed hem verdwijnen, doch in de Staatsregeling 1805 zien wij weer een R.v. S. verschijnen, thans met het karakter, zooals hij in het tegenwoordige draagt. De constitutie 1806 kende bovendien den ministers „rang, zitting en delibereerende stem" in den Raad toe.

Sluiten