Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 86.

De leden stemmen zonder last van- of ruggespraak met hen die benoemen.

Ook dit art., dateerende van 1814, reageert tegen den toestand onder de Oude Eepubliek. In geenen deele is natuurlijk uitgesloten, dat de kiezers zich op de hoogte stellen van de politieke en economische inzichten van een candidaat, alvorens dezen af te vaardigen. Is deze evenwel verkozen, dan bestaat er geen rechtsband tusschen hen; de afgevaardigde is slechts zedelijk verbonden om te handelen in overeenstemming met hetgeen hij vóór zijn benoeming als zijn standpunt heeft aangegeven.

Art. 87.

Bij het aanvaarden hunner betrekking leggen zij den volgenden eed of belofte af:

„Dx zweer (beloof) getrouwheid aan de Grondwet.

„Zoo waarlijk helpe mij God almagtig!" („Dat beloof ik!'»)

Alvorens tot dien eed of belofte te worden toegelaten, leggen zij den volgenden eed (verklaring en belofte) van zuivering af:

„Dx zweer (verklaar), dat ik, om tot lid der Staten„Generaal te worden benoemd, directelrjk of indirectelrjk, „aan geen persoon, onder wat naam of voorwendsel ook, „eenige giften of gaven beloofd of gegeven heb.

»>Ik zweer (beloof), dat ik, om iets hoegenaamd in deze „betrekking te doen of te laten, van niemand hoegenaamd „eenige beloften of geschenken aannemen zal, directelijk „of indireotelijk.

„Zoo waarlijk helpe mij God almagtig!'» („Dat verklaar „en beloof ik!")

Deze eeden (beloften en verklaring) worden afgelegd in handen van den Koning, of in de vergadering der

Sluiten