Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 125.

Geen hoofdstuk der begrooting van uitgaven kan meer dan die voor één departement van algemeen bestuur behelzen.

Ieder hoofdstuk wordt in een of meer ontwerpen van wet vervat.

Door zoodanige wet kan overschrijving worden toegestaan.

De begrooting der staatsuitgaven is verdeeld in 12 hoofdstukken: I Huis der Koningin; II Hooge Collegiën van Staat (Staten-Generaal, Raad van State, Algemeene Rekenkamer, Kanselarij der Ridderorden) en Kabinet der Koningin; III—XI de 9 departementen (Financiën is verdeeld in VII A Nationale Schuld en VII B Financiën) en XII Onvoorziene Uitgaven. Er zijn thans dus 13 wetten en 12 hoofdstukken.

De begrootingswetten bestaan, behalve Hoofdstuk I en XII, uit 3 artikels: Art. I houdt verschillende volgnummers in, waarvan het laatste is: onvoorziene uitgaven.

Art. II somt de volgnummers op van art. I, waarop wellicht te weinig is uitgetrokken. Alsdan kan van het laatste volgn0. van art. 1 (onvoorziene uitgaven) overgeschreven worden op het volgn0., dat te laag geraamd is.

Art. Hl. is voor uitgaven, die in den loop van het dienstjaar onverwacht opkomen, dus die, waarop bij art. I in 't geheel niet is gerekend.

Het laatste volgn0. van art. I. moet dus niet verward worden met Hoofdstuk XII „Onvoorziene Uitgaven", dat dient voor uitgaven, die onder geen der andere hoofdstukken gebracht kunnen worden.

Er worden nog enkele afzonderlijke begrootingen bij

Sluiten