Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 181.

De leden der Staten stemmen zonder last van of ruggespraak met hen die benoemen.

Ook dit art. reageert tegen den toestand der Oude Republiek.

Art. 132.

Omtrent het beraadslagen en stemmen gelden de regels in de artt. 105, 106 en 107 ten aanzien van de Kamers der Staten-Oeneraal voorgeschreven.

Tweede Afdeeling.

Van de Magt der Provinciale Staten. Art. 138.

Eet gezag en de magt van de Staten worden door de wet geregeld met inachtneming van de voorschriften in de volgende artikelen dezer afdeeling vervat.

De bevoegdheid der Staten zal alzoo bij de wet worden geregeld, doch de wetgever moet daarbij de volgende artt. in acht nemen, waarvan het belangrijkste is art. 134.

Art. 134.

Aan de Staten wordt de regeling en het bestuur van de huishouding der provincie overgelaten.

Zij maken de verordeningen, die zij voor het provinciaal belang noodig oordeelen.

Die verordeningen behoeven de goedkeuring des Konings; deze kan niet worden geweigerd dan bij een met redenen omkleed besluit, den Baad van State gehoord.

Sluiten