Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VIJFDE HOOFDSTUK.

Van de Justitie.

Eerste afdeeling.

Algemeene bepalingen. Art. 149.

Br wordt alom in het Bijk regt gesproken in naam des KoningB.

Dit art., in 1814 opgenomen, reageert tegen de heerlijke rechtspraak onder de Oude Republiek. Het drukt uit, dat de rechtspraak geschiedt in naam van den Staat; het vestigt geen koninklijke bevoegdheid.

Art. 150.

Het burgerlijk en handelsregt, het burgerlijk en militair strafregt, de regtspleging en de inrigting der regterlijke Magt worden bij de wet geregeld in algemeene wetboeken, behoudens de bevoegdheid der wetgevende Magt om enkele onderwerpen in afzonderlijke wetten te regelen.

Dit is bet z.g. codificatieartikel. Wetboeken zijn wetten, die een bepaald onderdeel van het recht volledig regelen.

Sluiten