Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

is de eenige titel van vordering die men heeft; het stuk waaruit blijkt, dat die inschrijving is gedaan, is absoluut geen bewijs. Vandaar dat die inschrijving en ook de overschrijving met eenige formaliteiten gepaard moeten gaan. Dit heeft het voordeel, dat de inschrijving niet verloren kan gaan, doch een nadeel is, dat men formaliteiten in acht moet nemen en dat er ook kosten aan verbonden zijn. Om aan dat bezwaar tegemoet te komen zijn z.g. administratiekantoren opgericht; deze nemen een groote inschrijving op hun naam, en krijgen daarvoor het recht certificaten aan toonder af te geven. Zy ontvangen van het Rijk de rente, die zij weer aan de houders dezer toonderpapieren moeten uitbetalen, onder korting van 1

Sinds 1878 heeft de Staat, bij het aangaan van leeningen, zelf obligaties aan toonder uitgegeven, en zijn de leeningen dus niet meer in het Grootboek ingeschreven. Zoo is naast de Grootboekschuld van 2y2 3 °/0, de obligatieschuld van 3 en 3'/2 % ontstaan.

De Wet van 7 April 1913 (Stbl. 123) houdt bepalingen in omtrent de Grootboeken, waarbij de wetten van 1809 en 1815, die hierop betrekking hebben, worden ingetrokken. Art. 3 dezer wet bepaalt, dat de inschryyingen in grootboeken kunnen worden verwisseld in schuldbekentenissen aan toonder, terwijl wederkeerig voor de schuldbekentenissen inschrijvingen in de grootboeken kunnen worden verkregen. De grootboeken worden gehouden te Amsterdam, een dubbel by de Algemeene Rekenkamer. De directeur der grootboeken wordt door den Koning benoemd en ontslagen.

De vlottende Schuld.

. Als vlottende schuld hebben wij schatkist-hUjetten en -promessen. De Wet op de uitgifte der schatkist-biljetten

Sluiten