Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 178.

Het toezigt en de zorg over c>e zaken van de Kunt en de beslissing der geschillen over het allooi, essai en wat dies meer zij, worden door de wet geregeld.

Het muntwezen is geregeld bij de Muntwet van 28 Mei 1901 (Stbl. 132).

De wet, voortvloeiende uit art. 178, is van 28 Mei 1901 (Stbl. 130). Het bestuur van de Munt is opgedragen aan een muntmeester. Verder is er een controleur-generaal, die toezicht heeft te hóuden op de naleving van de wettelijke bepalingen, het muntwezen betreffende. Ten slotte is er nog een Commissie voor het Muntwezen, waarvan de leden door den Koning worden benoemd. Allen werken onder het opperbeheer van den Minister van Financiën.

Zie verder art. 64.

Art. 179.

Br is eene Algemeene Bekenkamer, welker zamenstelling en taak door de wet worden geregeld.

Bij het openvallen eener plaats in deze Hamer zendt de Tweede Kamer der Staten-Generaal eene voordragt van drie personen aan den Koning, die daaruit benoemt.

De leden der Bekenkamer worden voor hun leven aangesteld.

Het 3de en 4de lid van art. 166 is op hen van toepassing.

Zie bij art. 123 en 126.

Sluiten