Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In laatstgenoemde wet wordt geen onderscheid gemaakt tusschen onderwerpen en punten (een onderwerp bevat verschillende punten), in genoemd art. 3 wel.

Een eigenaardige bepaling is nog art. 14, tweede en vierde lid. Is de schikking tot stand gekomen, dan mag het Openbaar Ministerie niet meer vervolgen. O. i. tast deze bepaling het publiekrechtelijk karakter van het strafrecht aan. ,-• > •>n

Wet van 23 Mei 1899 (Stbl. 129), tot opheffing van belemmeringen bij de uitvoering van werken, in het openbaar belang bevolen of ondernomen, uit bepalingen van verordeningen voortspruitende.

De strekking van deze wet is een oplossing aan de hand te doen, wanneer de totstandkoming van werken van algemeen nut zou belemmerd worden door onwil of baatzucht van waterschaps- en andere besturen.

Reeds de Keurenwet doet een stap in die richting door in art. 18 de besturen van waterschappen enz. te binden in het stellen van voorwaarden bij het verleenen van vergunningen.

Art. 1 in verband met art. 5 noemt de werken van algemeen nut, waarvoor een door een verordening vereischte vergunning moet verleend worden, of wel de verordening kan worden op zijde gezet. Staat de verordening zelf vergunning toe, dan moet deze verleend worden door liet bestuur, dat in de verordening daarvoor is aangewezen (art. 2). Is evenwel een werk of een handeling noodig in strijd met een verordening, en geeft die verordening niet de bevoegdheid aan het bestuur, dat met de uitvoerende macht is bekleed, om

Sluiten