Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dispensatie te verleenen, dan moet, en hier door het bestuur hetwelk de verordening heeft vastgesteld, van die verbodsbepaling ontheffing verleend worden (art. 1).

Weigert het in art. 1 en 2 genoemde bestuur de vergunning of ontheffing te verleenen, dan wordt de beslissing volgens art. 3 in handen gegeven van Gedeputeerde Staten. Van de beslissing van Gedeputeerden is beroep op de Kroon. De artt. 6 en 7 breiden deze bepalingen zelfs uit tot voorschriften van Provinciale verordeningen. Weigeren Gedeputeerde of Provinciale Staten medewerking, dan kan de beslissing van de Kroon worden ingeroepen.

Prof. Oppenheim kan blijkens zijn werk Het Nederlandsen Gemeenterecht allesbehalve met de bepalingen der Belemmeringenwet vrede hebben. Immers de zelfstandigheid, de autonomie van Gemeente en Provincie, worden erdoor aangetast. Artt. 134 en 144 Grondwet zeggen dat aan Prov. Staten en Gemeenteraad de regeling en het bestuur van de huishouding van provincie en gemeente is overgelaten, terwijl de wetgever daarop alleen inbreuk mag maken, voor zooverre de grondwet dit zelf toelaat. Aangezien deze nergens bepaalt, dat voorschriften van verordeningen kunnen worden op zijde gezet, aarzelt genoemde hoogleeraar niet de Belemmeringenwet een klap in het aangezicht der grondwet te noemen.

Wet van 10 November 1900 (Stbl. 176), houdende algemeene regels omtrent het waterstaatsbestuur.

Deze wet regelt de verhouding der waterschapsbesturen tegenover hoogere organen: de wet van 1902, hierna te behandelen, de verhouding van het waterschapsbestuur tegenover de ingelanden.

Sluiten