Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zelfs schreef: „Dit is niet vreemd, want dé kern van het christendom was het kommunisme. Men weet, dat in den loop der geschiedenis allerlei volksbewegingen, die een min of meer socialistisch doel hadden, zich op de kommunistische kern van het christendom hebben beroepen, dat door de kerk was verduisterd geworden. Te allen tijde was socialisme en christendom één, in dien zin, dat de voorstanders van het socialisme, steunende op de leer van Jezus volgens het N. T. hun leer verkondigden als den wil van God". En Kirkupv. Woensel Kooy onderscheiden met recht verstand van socialisme, gegrond op idealistische wijsbegeerte, en dat, gebaseerd op historisch-materialisme, een derde, anders geaard, hetwelk zich als noodzakelijk uitvloeisel van het Christendom openbaart. ') Immers zoo door en door socialistisch is het Christendom, dat zijn belijders, die het kapitalisme te handhaven wenschen, het privaat-bezit van productiemiddelen trachten te verdedigen met zuiver socialistisch geesteswapen: de idee van het rentmeesterschap in Gods en 's menschen dienst.2) Zonder twijfel erkennen wij het recht der uitwendige ervaring; aanvaarden het historischmaterialisme; het Marxisme; t.w. in den zin, dien Hegel daaraan hechtte: wij aanvaarden het waarheidselement erin; erkennen het betrekkelijk recht ervan, en laten dat gelden. Doch het Christendom bepaalt reeds het dat van ons socialisme; het historisch-materialisme, het Marxisme, bepalen slechts mede het hoe. Vandaar gansch het verschil van opzet tusschen het beginselprogram der S. D. A. P. en dat van den B. v. C. S.. En wat ons tot het socialisme drijft, is niet allereerst eigenbelang of klassebelang, of die beiden dooreen; ja zelfs niet louter en loutere liefde tot den naaste;

') Geschiedenis van het moderne socialisme, Utrecht 1902 blz. 9-10. 2) Vgl. Ontwerp-beginselverklaring blz. 30 v., Dr. J. R. Slotemaker de Bruine, Christelijk-sociale Studiën, Utrecht 1908, blz. 267.

Sluiten