Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Geest, hij is èen geestelijk wezen, niet slechts in den blinde gedreven door instincten, doch strevend naar welbewuste cultuur —. Een volstrekt goddelóoze menschheid ware daarom nog geen lfefdelooze menschheid. Te luide spreekt de innerlijke ervaring der verborgen eenheid, dan dat dit zoo reeds denkbaar zoude zijn. Ja, ware een volstrekt goddelóoze menschheid een spanne tijds bestaanbaar en bestaand, zouden de edelsten niet tot elkander worden gedreven in elkander vergodende liefde, dewijl de inwendige ervaring, die zij verkeerd en nauwelijks verstonden, hen nochtans iets deed verstaan ? Wat zij in de vergoden onbewust zoeken zouden, het zou hun diepste wezen, en 't zou Gods Wezen zijn.

Zoozeer doet in oeconomicis inwendige ervaring wel degelijk ter zake, dat zij, die zich slechts aan de uitwendige te houden wenschen, telkens weer, hoe vaak ook onbewust, door de inwendige bleken allereerst en allermeest bepaald te zijn.

En hoe dieper het religieuze leven wordt, des te meer is het, dat zij ook in oeconomicis spreekt. Ten slotte is immers voor den geloovige God, God-met-hem zijn eenige zekerheid: hij twijfelt eerder aan de stof dan aan dien Geest.

Daarom durft het Christendom uitwendige mislukking aan. Uitwendige ervaring moge zelfs: „onmogelijk!" spreken, innerlijke zegt: „En toch..." (Hebreen XI).

(3°.) De redelijkheid onzer religie is aannemelijk te maken — naar 't ons voorkomt (doch hierover handelen we thans niet) aannemelijker dan atheïstisch of sceptisch historischmaterialisme —, die religie zelve gaat boven alle wetenschap uit; ook al spreekt die er met zuivere kennis van: geloof is des wetens allereerste, allerlaatste grond. Dat men zich toch ervan bewust zij, hoeveel geloof reeds in het steunen op uitwendige ervaring schuilt. In zijn kennistheoretische werken toont Von Hartmann aan, dat we het bestaan eener van ons onafhankelijke, reëele wereld niet bewijzen kunnen. Strict geredeneerd blijft een transsubjectieve werkelijkheid

Sluiten