Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Want wat R. Kuyper van het oude S. D. A. P.-progam in éenen tot tweemaal toe nadrukkelijk verklaarde, geldt van het nieuwe evenzeer, t. w., dat het „een uitvloeisel van marxistische grondgedachten" is'). —

Terwijl nu godsdienst privaatzaak is, kan het dus welhaast niet anders, of Marxisme, eenzijdig historisch-materialisme ten minste, is feitelijk partijzaak; en heeft het betoog van R. Kuyper zuiver consequent te heeten, als hij het verder wenschelijk verklaart, „dat het marxisme zooveel mogelijk" in de Partij „wordt geleerd en gepropageerd, teneinde de sociaaldemocratische actie niet door toevallige inzichten te laten leiden, maar op een vast wetenschappelijk fundament te doen rusten". Onderzoeken wij dit mede bij de door Liebknecht aangewezen commentatoren.

De voorman, de leider Troelstra schreef in 1902 „een sociaal-demokratische studie", o. m. naar aanleiding van Kuyper's rede bij de begrootingsdebatten over het historischmaterialisme. Hij meende, „dat de verhouding van de godsdienstige arbeiders tot de sociaal-demokratie alleen goed en nauwkeurig kan worden beoordeeld, wanneer men de grenzen tusschen de theorie en de beweging voldoende scherp weet te trekken". 2) Tevens gaf hij iri deze studie zijne gedachten naar aanleiding van de zaak-BERNSTEiN op het congres te Lübeck, en sprak over „de principiëele en opportunistische taktiek, de verhouding van onze beginselen tot ons praktisch werken in en buiten het parlement", en „de taak der intellektueelen, wanneer zij de arbeiders met hunne beste krachten wenschen te dienen". 3)

Troelstra begint met het wetenschappelijk karakter van „het moderne socialisme" in het licht te stellen, uitgaande van Engels' kernstelling in diens Anti-Dühring: „het moderne

') Het Volk, 14 Aug. 1906.

2) Theorie en Beweging blz. 4.

3) Aldaar blz. 5.

Sluiten