Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat nagelaten werk behalve om zichzelf ook wil gelezen worden om nader te komen tot de persoonlijkheid van den schryver, geloofde ik niet goed te doen, 'eenig artikel achterwege te laten omdat het schijnbaar een herhaling bevat van wat in andere artikelen is gezegd. De lezer ziet nu aan welken kring van denkbeelden des schrijvers aandacht bij voorkeur gewijd was.

Hoe mijn Vader zich de taak van den Redacteur heeft voorgesteld, kan blijken uit hetgeen hij geschreven heeft in zijn laatste hoofdartikel :

„Groot is de verwantschap tusschen het ambt van redacteur „en dat van geestelijke. Beiden hebben te spréken over den „mensch met al zijn omstandigheden, zijn zonden en zijn „wonden, zijn wél en zijn wee, zijn zwakheid en zijn kracht. „En beiden hébben woorden te spréken naar hun beste weten „en geweten, woorden van nadenken, woorden met zout „besprengd, boven alles woorden uit en tot het hart. Geen „van beide mag ooit versagen. In elk geval, geen uitgezonderd, „hebben zij den horizon te ontsluiten van onwankelbaar „vertrouwen, de gouden poort der' licht dragende hope."

Met deze woorden moge de uitgave der nagelaten opstellen worden ingeleid.

P. H. Ritter Jr.

Voorburg, 31 Augustus 1913

Sluiten