Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dan de vermaning aldus luiden: „hebben wij dat nu hedenmorgen gelezen?"

Allerlei eischen worden in onze dagen voor de arbeiders*) gesteld. Maar ik zou wenschen dat het mogelijk werd gemaakt, dat ieder arbeider eiken morgen het half uur van 8 tot half 9 in zijn gezin kon doorbrengen en zich daar een enkel kwartier met vrouw en kinderen kon verdiepen in de dingen, die des geestes zyn.

En als de arbeiders niet anders dan in de werkplaats hun ontbyt kunnen gebruiken, mocht dan door een hunner of door hun patroon iets worden voorgelezen, iets aangrijpends, iets goeds, iets heiligs, iets dat goed stemt.

Een goede stemming is het halve werk.

„Hoe zullen wy lezen?" zoo luidde de laatste vraag, die wy stelden.

Op verschillende wyzen kan die vraag worden opgevat. Vooreerst als een vraag naar de wyze van overluid lezen. En dan kan het antwoord wel niet anders luiden dan: duidelyk en natuurlijk.

Toen wy beweerden, dat iedereen lezen kan,

*) Het is niet goed, dat het woord: „arbeider" alleen gebruikt wordt voor den man, die met de handen werkt. Denken is ook arbeiden. En wie met de handen arbeidt, moet daarbij toch ook zijn gedachten gebruiken.

Sluiten