Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

togen en matig leven; geen alkohol vergiftige onze hersens; geen zonde vervulle ons gemoed met angst; geen kleinzieligheid verduistere ons oog voor de groote waarheden. Altijd vaardig, altijd op zijn post, altijd levend met het hart, kan de mensch — en leeft hij anders, dan kan hij het niet — behouden wat hij heeft.

Met een tweetal opmerkingen besluiten wij dit artikel. Moeten wij trachten alles te behouden, wat wij eenmaal verwierven? Zijn er geen dingen, die wij moeten laten verloren gaan? Misschien — in een enkel geval. In den regel zal hét wijs zijn niet prijs te geven wat eenmaal werd verworven. Honderden meisjes, die pianospelen hebben geleerd, laten, vrouw en moeder geworden, deze kunst verloren gaan. Haar zouden wij willen toeroepen: houdt wat ge hebt! Gij kunt dat, door eiken dag ëen enkel kwartier u te blijven oefenen. Gij behoeft u niet uit te strekken naar een hoogeren trap in de kunst, maar laat wat ge eenmaal hebt bereikt niet verloren gaan. Dikwijls hebben wij Opzoomer hooren zeggen: „Toen ik hoogleeraar in de wijsbegeerte werd, stond ik voor de vraag of ik mijne studiën in het Recht zou aanhouden of niet. Thans, mijn leven overziende, kan ik niet dankbaar genoeg zijn, dat ik die studiën niet hèb laten varen." En zoo meenen wij, dat niemand er ooit berouw over zal gevoelen, zij het dan ook ten koste van eenige moeite, te hebben behouden, wat hij zich eenmaal verwierf.

Sluiten