Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

mag hij, die gekozen werd, zich er mede vleien, niet gansch en al onbeduidend te zijn. Laat men zich nu de keuze welgevallen, dan treden al deze dingen naar buiten. Zij worden openbaar. En zoo is de plaats aan een bestuurstafel of in een college van Kerk of Staat de welaangename bron eener niet te verwerpen vreugde.

Geen wonder, dat niet iedereen zich voor het aanvaarden der benoeming even ernstig afvraagt: Bezit ik voor die taak de noodige kennis? Ben ik voor die plaats de rechte man? Heb ik er den tijd voor, en, zoo ja, ben ik bereid mijn tijd er voor te geven? Lichtvaardig wordt daardoor menige betrekking aangenomen. En lichtvaardig aannemen baart slecht waarnemen.

Van de feiten komen we tot de plichten. Niemand — dit is een eerste plicht, — mag een eerepost aanvaarden, wanneer de belangen van zijn beroep of van zijn gezin er door moeten lijden. Meer dan ooit wordt in onze dagen gesproken over „de gemeenschap" en over onze plichten jegens haar. Voorzeker, der gemeenschap onze toewijding en onze liefde. Maar ons zijn voorbeelden bekend van mannen, die alleen in de Januari-maand acht-en-dertig vergaderingen hadden bij te wonen. Nu mag toch worden gevraagd of zulk een offer van tijd en inspanning aan de gemeenschap mag worden gebracht. Wat kan zulk een man doen

Sluiten