Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lijk bestaan. Een leven, saamgeweven van egoïsme, gedreven door egoïsme, lang durende door egoïsme — gierigaards en beuzelaars worden oud — zulk een leven is vrij wat zondiger dan dat van den man, die zich met een open hart toewijdt aan de belangen van anderen, voor deze belangen die van zich-zelf vergeet, maar die één enkel oogenblik heeft gehad van zwakheid, van gebrek aan zelfbeheersching, misschien slechts van .... naïveteit.

Evenmin als' de kleingeestige de grootte gevoelt van de zonde eens zelfzuchtigen levens, evenmin gevoelt hij de grootheid van genie, talent, de grootheid van het groote hart. Daarom bewondert de kleingeestige zoo zelden. Het groote genot van het genie te kunnen toejuichen is zijner niet. Wel zal hij den man veroordeelen, veroordeelen voor goed, die een enkele maal een onverstandige daad beging, ook al was een enkele dag van diens leven voor het heden en de toekomst der menschheid van meer zegen dan duizend geheele levens van onberispelijke egoïsten.

Natuurlijk komt het niet in ons op de stelling te verdedigen, dat genie kan opwegen tegen zedelijke tekortkomingen. Wie de zonde, onder welke verhoudingen of omstandigheden dan ook, in bescherming neemt, diens zaak staat hachelijk. Evenmin als electrisch licht een middel is tegen koude voeten, evenmin maakt een begaafde aanleg een zedelijke laagheid goed.

Sluiten