Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

plaats van den ander, vooreerst van hem, die tegen u misdaan heeft. Na te gaan wat voorafging en wat volgde, de omstandigheden waaronder, de geestestoestand waarin, de bedoelingen waarmede, de vooronderstellingen waardoor men u onaangenaam was. Misschien eindigt ge met te zeggen: „ik zou in plaats ook zoo hebben gedaan" — — en als ge elkander de hand hebt gereikt en in vrede de zaken nog eens bespreekt, met te zeggen: ,,'t is toch waar, dat begrijpen vergeven is."

Maar troosten! Laat ons ophouden met elkander in smart te wijzen op allerlei, waarvan we vooruit kunnen weten, dat het toch het hart niet raakt. Laten wij ons niet langer vernederen, met, uit goede bedoeling voorzeker, dingen te zeggen, die we niet zeggen om hun inhoud, maar omdat we den klank onzer stem willen laten hooren. Er is een betere weg. Stellen wij ons in de plaats van wie leed heeft. Zijn lijden ga door onze ziel alsof het ons eigen lijden ware. En toonen we dan door een enkel woord, dat we zijn lijden verstaan. Dat woord is een troost, en de eenige. Wie leed heeft, voelt zich verlaten. En uit die verlatenheid wordt hij getrokken, zoodra hij ervaart, dat er een mensch op de aarde leeft, die iets van zijn leed begrijpt.

Door alle tijden heen zijn het vooral de vrouwen geweest, die zich in den toestand van anderen hebben ingedacht. Daarvoor is een verklaring te vinden. De vrouw voedt het kind op in de eerste levensjaren, en die

Sluiten