Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den verdwaalde nooit mogen verlaten, en zien-nooit mogen losmaken van deernis met den zwakke. Wie toegeeft aan het gevoel van voorkeur tegenover het beminnelijkste zijner kinderen, een gevoel, dat zeer zeker bij iedereen opkomt, is niet diep van natuur. De misdeelde heeft de meeste hulp noodig. En allen hebben aanspraak op gelijke liefde. Nooit mag de liefde der ouders terugslag zijn op de liefde des kinds. De ouders moeten het eerste liefhebben.

Uit diezelfde oudheid kwam nog tot ons het woord: „de nagedachtenis des rechtvaardigen zal tot zegening zijn." Wie rustig sterven wil, zij voor al zijne kinderen dezelfde. Is hij heengegaan, dan leeft hij nog voort en sticht zijn eens gegeven voorbeeld nog heil. Dan wordt bij verschillen zijn woord: „al mijn kinderen zijn mij even na" nog aangehaald en heeft dat woord nog beslissende kracht. Dan handelen zijn kinderen, zelf vader of moeder geworden, zooals zij hem zagen handelen. Dan blijft de band tusschen broeders en zusters bestaan — want de groote oorzaak van scheiding tusschen menschen en menschen:' de jaloezie is dan tusschen hen niet aanwezig. En mocht de een meer geworden zijn in de wereld dan de andere, meer begaafd zijn dan de andere, toch gevoelen zij zich een — zij hebben dat reeds geleerd in hunne vroegste jeugd, in het huis hunner ouders.

7 October 1895.

Sluiten