Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zoodanig van de grootste waarde. Hoe meer een mensch vooruitgaat in de levenskunst, hoe dieper hij al wat niet voorbereid is leert haten. De orgelist, die maar wat phantaseert op zijn instrument, is geen ernstig kunstenaar. De spreker, die maar op de ingeving van het oogenblik vertrouwt, is geen ernstig spreker. De onderwijzer, die des morgens naar school gaat zonder een beeld* voor oogen te hebben van den schooltijd, dien hij gaat leiden, is niet de beste onderwijzer. Alleen planmatig handelen is goed handelen. De inspiratie komt het liefst bij hem, die niet op haar heeft gerekend. Al wat goed is, vraagt om voorbereiding. De zaadkorrel eischt een ontvankelijken bodem. Bij den weg gestrooid, wordt zij weggeroofd door de vogels. Wie een concert genieten wil, brengt 'zich, het uur dat er aan voorafgaat, in de tot luisteren vereischte stemming. En de bouwmeester van een museum zal de voorhalle met zorg behandelen — hij weet, dat het de taak dier voorhalle is den geest des bezoekers die kalmte en die wijding te. geven, welke noodig zijn om de indrukken van de meesterwerken te kunnen ontvangen.

En zoude dan de Zondag geen voorbereiding behoeven ?

Onder de verschijnselen dezes tijds behoort er althans een, dat verblijdend is — en wie zoude in onze dagen niet gaarne op iets verblijdends de aandacht ves-

Sluiten