Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TOONEEL V.

(Een kleurige zangerschare komt aanstoeten. Edelvrouwen voegen zich bij Herzeloude).

Adam de la Halle: (der zangers woordvoerder) Hoogeedle Vrouwen — de zwerfsche zwaluw strijkt Daar waar in 't zoetste blauwe de lieve lente prijkt In mild' genade-dosch, verlangend neer. Het zingend tijgen rooft wel den vogel rust, niet lust, Tot heimwee drijft naar geene vreemde kust

Zijn lied, en 't hoort geen aarde meer

Duldt, hooge vrouwen, deez' zwerm aan uwen voet. Aanhoort hun lied, waarmee ge loonen doet Naar hoogste waard hun eerlijke motieven. • Zij allen zijn Trobars, en geene tonendieven Zooals bij wederkomst 't land bezaaid wij vonden

Petemoei:

Kunt gij ons van den Kruistocht nieuws verkonden?

Adam de la Halle:

Op 't nieuwste speeltuig, Vrouwe, uit het Oosten Meegebracht!

{sterk aanprijzend voor de anderen doorgaand) Wij hebben reeds op den Parvis mystères uitgevoerd. Dansliederen, estampida, ballades en pastorelles hebben wij voor onze ministeries echter niet verleerd, en de Vroolijke Wetenschap heeft onder deze speellieden nog zijn edelste beoefenaars. Wenscht ge Gaya Sciencia van deze jongleurs, wier vaders nog van Richard Leeuwenhart de liederen leerden? Zoo gij gezangen hebt in Neumenschrift of Dasia-noten, zij lezen u terstond ze voor. Op de kruistochten leerden zij de gewijde dansen bij de Ark van

Sluiten